Vlamingen willen gezond eten, maar voedselomgeving maakt dat moeilijk
Als diëtist ken je het: patiënten weten vaak wel wat gezond is, maar het lukt niet altijd om het ook in de praktijk te brengen. Een nieuwe studie van Sciensano laat zien dat dit niet alleen met motivatie of kennis te maken heeft, maar ook met de omgeving waarin mensen dagelijks eten kiezen.
Wat onderzocht Sciensano?
Via het burgerwetenschapsproject De Grote Voedselkaart beoordeelden Vlamingen van 16 jaar en ouder de voedselpunten in hun buurt: supermarkten, korteketeninitiatieven, restaurants en fastfood- en afhaalzaken. Het project liep van april tot en met augustus 2025. In totaal registreerden 4.707 burgers zich, van wie 2.364 actief deelnamen. Samen leverden ze 23.783 bijdragen en beoordeelden ze 5.036 unieke voedselpunten. Nooit eerder werd op deze schaal in kaart gebracht hoe burgers hun voedselomgeving zelf ervaren.
Wat komt er uit?
De kernboodschap: Vlamingen willen wel gezond eten, maar de omgeving werkt niet mee. Het huidige aanbod, de prijzen en de acties en promoties maken van gezond eten allesbehalve een vanzelfsprekende keuze. De gezonde optie is in de praktijk zelden de makkelijkste.
Waarom kiezen mensen een bepaald voedselpunt?
Bereikbaarheid is de belangrijkste reden (16,4% van de beoordelingen), gevolgd door smaak, vriendelijkheid van het personeel en gemak. De voedingswaarde speelt maar in 4,3% van de beoordelingen een rol. Dat is relevant voor je praktijk: wie een cliënt wil helpen om anders te kiezen, concurreert met factoren die voor veel mensen zwaarder wegen dan gezondheid.
Hoe gezond vinden burgers het aanbod?
Dat hangt sterk af van het type voedselpunt. Op een schaal van 1 tot 5 scoren:
- korteketeninitiatieven het best, met gemiddeld 4,3;
- restaurants (3,4) en supermarkten (3,3) in het midden;
- fastfood- en afhaalpunten het laagst, met 2,0.
Wat missen mensen in hun buurt?
De deelnemers vragen vooral om meer groente- en fruitwinkels, hoevewinkels en korteketeninitiatieven. Net die zijn volgens hen vaak duurder en moeilijker bereikbaar, waardoor ze minder goed passen in de dagelijkse routine. Het gezondste aanbod ligt dus vaak het verst van het dagelijkse leven. Tegelijk pleiten de deelnemers voor minder fastfood in de omgeving van scholen.
Welke acties vinden burgers en actoren belangrijk?
Burgers, lokale besturen, supermarkten en korteketeninitiatieven werkten samen zestien mogelijke acties uit. Vier daarvan kregen van alle partijen hoge prioriteit:
- een verbod op reclame voor ongezonde voeding in de publieke ruimte;
- een ruimer gezond aanbod in supermarkten;
- educatie over gezonde en betaalbare voeding;
- het opschalen en toegankelijker en betaalbaarder maken van korteketeninitiatieven.
Dat gedeelde draagvlak geeft Vlaamse en lokale beleidsmakers een concrete basis om mee aan de slag te gaan.
Wat betekent dit voor jou als diëtist?
Deze resultaten bevestigen wat veel diëtisten in hun praktijk zien: gedragsverandering vraagt meer dan goede adviezen. Het loont om bij cliënten ook te kijken naar de omgeving: wat is haalbaar, bereikbaar en betaalbaar in hun buurt en dagelijkse routine? Tegelijk onderstreept de studie het belang van educatie over gezonde en betaalbare voeding, een domein waarin diëtisten hun expertise kunnen inzetten. Het onderzoek geeft ook een stevige basis voor het gesprek met beleidsmakers over een gezondere voedselomgeving.